Beoordeling Behaatje / Barbara Joy – winnaar eerste kwartaal 2026
Niets dan bewondering voor dit verhaal waarin alles lijkt te kloppen. Met name het perspectief van een tienjarig meisje wordt vrijwel overal consequent volgehouden. Iedereen weet dat dit geen sinecure is.
De spanning zit er al in de eerste alinea goed in door het tellen van de jassen, wat niet helpt. Een
mooie manier om aan te geven dat het meisje zenuwachtig is zonder dit te benoemen. Ook het onderwerp wekt spanning op: meisjes in onderbroeken, kinderen nog, dus niets seksueels, maar wat dan wel?
Bea heeft duidelijk een probleem en ik dacht meteen dat het om de eerste menstruatie zou gaan. Zeker toen ik las: ‘…iedereen ziet dat ik… Bloed stuwde naar mijn hoofd.’ Er is sprake van een ‘geheimpje’.
Dan blijkt dat er weer moet worden gelogen. Ook deze zin werkt spanning verhogend. Welke leugens werden er nog meer verteld? Bea denkt niet dat de schooldokter dit leugentje gaat geloven. We beginnen hier al een beetje mee te leven met het kind, terwijl we nog niet weten wat er aan de hand is.
Het is duidelijk dat Bea zich om de een of andere reden buitengesloten voelt. Ze is anders, er speelt iets. Misschien moet ze ongesteld worden. Door de hatelijke opmerkingen van Hanneke de Heks begrijpt de lezer dat Bea nieuw is in de klas.
Voordat Bea de wc bereikt waarvan al in de tweede zin van het verhaal sprake was, loopt ze langs de groene muur van de gang die herinneringen oproept aan haar vorige school en de reprimande van hoofdmeester Bijl. (Die naam is goed gevonden!)
De overgang naar de flashback is elegant gedaan. Vaak is zo’n overgang abrupt of plompverloren. Door Bea eerst te laten denken aan de gang van de oude school toen haar ‘hart ook zo bonkte’, en vervolgens een paar zinnen later opnieuw: ‘Die dag op mijn oude school’. Hier begint de flashback.
Nu wordt duidelijk dat de moeder van Bea niet helemaal in orde is. Ze durft niet alleen over straat. Dit is een lastig stukje waar veel over nagedacht is, lijkt me zo. Hoe vertelt een kind dat mama ziek is? Ziek in haar hoofd, in dit geval. Dat is hier goed gelukt.
Hoofdmeester Bijl komt bij mij minder geloofwaardig over. Ook van een strenge bovenmeester op een religieuze school verwacht ik iets meer empathie. Hij is nu zo vet aangezet dat het een beetje karikaturaal dreigt te worden met zijn spottende toontje, beschuldigende blik, trillende snor en dreigementen van de hel. Ik herken ook niet de stem van een bijna tienjarig meisje die de situatie beschrijft. Vooral het ‘spottende toontje’ hoor ik Bea niet zeggen.
Er is hier wel iets aan de hand. Ik neem aan dat Meester Bijl weet dat het briefje door de moeder is geschreven (want geen kinderlijk handschrift). Dus zou hij zich moeten afvragen waarom de moeder deze briefjes schrijft. Waarom liegt ze? En al drie keer. En hij vraagt er ook naar: ‘waarom blijf jij zo vaak thuis?’
Ik denk dat het voor een kind voldoende spannend is wanneer de meester gewoon zegt dat hij haar niet gelooft en dat hij wil weten wat er precies aan de hand is. Nu dreigt hij dat, als dit zo doorgaat, Bea niet langer op school kan blijven. Ik weet niet of dit veel indruk maakt op een kind van 10. Zou het dreigement niet veel ingrijpender zijn wanneer de moeder naar school wordt ontboden voor een gesprek met meester Bijl? Dan heb je echte paniek, want de moeder durft immers niet over straat.
Wanneer Bea weer thuis is blijkt meester Bijl ook ouderling te zijn. Zou hij dan de situatie van de moeder niet kennen? Als Bea eerst naar een religieuze school ging, ligt het voor de hand dat de moeder naar de kerk gaat, of ging, en de ouderlingen kent. Dat stel ik me zo voor, maar het hoeft natuurlijk niet. Maar het is wel iets om over na te denken. In het verhaal speelt de (protestantse) religie een rol: reli-school, hel, farizeeër, ouderling, maar het belang ervan ontgaat me, vooral ook omdat Bea er ook niet mee bezig is.
Hoe dan ook, het verhaal ontluikt hier – om het zo maar eens te zeggen – en wordt de angst en nervositeit van Bea duidelijk. Valse borstjes.
Het einde is vlot verteld, mooi en geloofwaardig afgerond. De oplossing die Bea had bedacht heeft gewerkt en ze kan opgelucht ademhalen.
Ik vraag me af of de laatste zin nut heeft. Ik geloof dat het verhaal draait om de valse borstjes en het ongemak van Bea, die natuurlijk nog zo plat is als een dubbeltje. Dat is haar angst, dat ze betrapt wordt. Het gaat Bea nu minder om haar moeder, het is vooral haar eigen schaamte waar ze mee worstelt. Ik zou het laten bij: “Het is me gelukt.”
Fantastische titel, mooi verhaal.
© Joost Nillissen