Behaatje (herschreven) / Barbara Joy

Behaatje (herschreven) / Barbara Joy

Als laatste kind uit de klas loop ik de meisjeswachtruimte van het medisch centrum in. De wc heb ik al ontdekt, die is bij de glazen voordeur, waar iedereen van buiten me kan zien lopen, maar dat moet dan maar. Zo ver mogelijk van Hanneke de Heks vandaan zoek ik een plekje op een van de houten banken langs de muur. Ik tel de jassen die erboven hangen, …11, 12, 13, plus de 2 achter me, zijn 15 winterjassen. Het tellen helpt niet. De zenuwen winnen.
Elke keer als een meisje bij de schooldokter naar binnen geroepen wordt, gaat mijn hart tekeer alsof ik opgejaagd word door een monster.
Ik schuif zo ver mogelijk naar achteren en wring me tussen mijn jas en die van Elly, een rode, die naar frietvet stinkt. Elly is al meer dan vijf minuten binnen. Ze is al het vijfde meisje dat door de streng kijkende zuster binnengeroepen is. Ik moet nu echt doen, wat ik vannacht bedacht heb, anders is het te laat.
Achter de deur van de dokter klinken dichterbij komende voetstappen. Zweet kriebelt in mijn oksels. Ik wrijf het weg met mijn hemd. Mama wil dat niet hebben, want dan komen er gele vlekken in. Alsof dat belangrijk is! Ik haat dat stomme, witte omahemd met mouwtjes en kanten cups. De meisjes die nog naar binnen moeten, zitten allemaal in hun onderbroek, zoals de meester ons gistermiddag zei te doen. Ik schrok me helemaal misselijk. Ik kon echt niet in mijn onderbroek gaan zitten, ik ging nog liever dood.
Bij het avondeten gisteren, zat mijn maag nog in de knoop, maar ik durfde niet lastig te zijn, want dan zou mama misschien weer te veel slaappillen innemen. Ik propte de zuurkool met de zoute rookworst naar binnen. Het slikken lukte niet, ik moest overgeven en holde naar de wc. Mama kwam achter me aan. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze geïrriteerd. Ik kon zo gauw geen smoesje verzinnen en vertelde wat de meester gezegd had. ‘Als ik daar morgen in mijn onderbroek moet zitten wachten ziet iedereen dat ik…’ Bloed stuwde naar mijn hoofd. ‘Nou ja… ons geheimpje,’ prevelde ik zo zacht mogelijk.
Daar was die zorgelijke frons op mama’s gezicht weer. Waarom kon ik mijn mond ook niet houden? Ze schudde langzaam haar hoofd. ‘Het is ook altijd wat met jou. Zo moeilijk is het toch niet. Dan hou je gewoon je hemd aan. En zeg je dat je erg vatbaar bent voor longontsteking.’

Ik ga verzitten en buig me naar voren. Erg vatbaar, weer een leugen. Volgens mij trapt een schooldokter daar niet in.
De tussendeur naar de dokter gaat open. Ik stop mijn handen onder mijn benen en hou mijn adem in. ‘Diana Vollebrecht,’ roept de zuster. Ik laat mijn adem langzaam los.
Elly komt naast me staan, rilt overdreven hoorbaar en kleedt zich snel aan.
Hanneke de Heks draait zich naar mij toe. ‘Zeg Behaatje, waarom heb jij je nog niet uitgekleed? Ben je daar te goed voor? Of te preuts? Of mag dat soms niet van Jezus?’ Ze kijkt de kring rond. ‘Ze komt immers van die bekakte reli-school, wie weet wat ze daar leren.’
Het is doodstil.
‘Nou?’
‘Ik vat snel kou.’
‘Is dat zo? Je boft maar dat dat jij je hemd moet aanhouden, terwijl wij hier langzaam doodgaan van de kou.’ Besmuikt gelach. ‘Een hemd met mouwen nog wel. Ik ben benieuwd wat de dokter daarvan zegt. Misschien moet je nu ook wel een lange onderbroek dragen.’ Een nu openlijke lach golft als een beukende zee om me heen. Ik klem mijn kaken op elkaar en kijk Hanneke met een valse glimlach aan.
Het is nu of nooit. De zuster kan ieder moment mijn naam afroepen. Bea Hagendonk, door de meiden afgekort tot Behaatje.
De meester zit bij de jongens in de kleedkamer. Ik kan geen toestemming vragen, haal diep adem en sta op. ‘Ik moet naar de wc.’ Ik pak mijn jas, sla hem om mijn schouders en haast me de gang op, langs de groene muur met posters, naar de wc bij de ingang. Nog een klein stukje, dan ben ik veilig. Mijn hart bonkt alsof ik voor mijn leven ren. Ik moet denken aan die keer in de gang van mijn oude school, toen bonkte mijn hart ook zo.
De wc is godzijdank niet bezet. Ik ga met mijn rug aan de binnenkant tegen de deur staan en haal diep adem. Die dag op mijn oude school… Toen voelde ik me ook zo paniekerig. Ik was op weg naar de kamer van hoofdmeester Bijl. In mijn zak zat de absentieverklaring met een leugen die mijn moeder nu al voor de derde keer gebruikte. Ik haatte leugens, zij ook, maar ze kon niet anders, zei ze.
Na een klop op de deur, mocht ik binnenkomen. Ik gaf hem het briefje. Meester Bijl keek me over zijn halve bril aan. ‘Hier staat dat je niet naar school kon komen, omdat je ongesteld was.’ Hij las hardop verder. ‘Mijn dochter heeft last van pijnlijke menstruaties, die gepaard gaan met diarree, waardoor ze genoodzaakt is om thuis te blijven… Nou, nou dat valt niet mee, zei hij op een spottend toontje. Ik durfde hem niet aan te kijken.
Door het raam naast hem, zag ik het schoolplein met de grijze stoeptegels. In gedachten tekende ik op iedere tegel een vrolijk bloemetje met vijf blaadjes. Ik werkte heel aandachtig, geen blaadje mocht groter zijn dan de andere, alleen zo kon ik net doen alsof ik echt op het schoolplein was.
‘Beatrice! Kijk me aan!’ Meester Bijl wapperde met het velletje. ‘Wat is dit voor onzin? Je bent nog geen 10. Je moeder liegt. Vertel jij me maar eens hoe het echt zit. Nou… Waarom blijf jij zo vaak thuis?’
Ik voelde de rode vlekken in mijn hals prikken en hoorde de kinderen weer zeggen: ‘Jouw moeder heeft ze niet op een rijtje. Ze zat toch in een gekkenhuis?’ Ze begrepen er niks van. Zou meester Bijl dat wel kunnen? Ik haalde diep adem. ‘Mijn moeder is ziek en ik moet met haar mee als ze naar buiten moet.’
‘Zo, zo… Is je moeder ziek? Of lieg jij ook al? Ik heb jullie namelijk samen in de stad gezien.’ Hij schoof zijn stoel met een krassend geluid achteruit en kwam voor me staan. Met een beschuldigende blik keek hij op me neer. Zijn snor trilde. ‘Je weet dat kinderen die liegen in de hel komen, hè? Jouw moeder is zo gezond als een vis! Als je weer zomaar thuis blijft, heeft dat consequenties. Dan kan je hier niet langer op school blijven.’
Ik knikte en probeerde te slikken, maar alle spuug was opgedroogd. ‘Je ziet niet aan mijn moeder dat ze ziek is,’ perste ik eruit. ‘Ze heeft iets in haar hoofd dat niet goed is. Daarom durft ze niet alleen de deur uit. Als ze naar een winkel moet of zo, moet ik met haar mee.’
Hij schudde zijn hoofd, ging zitten en schreef met driftige gebaren iets op. Ik ging hem niet vertellen hoe erg het was als mijn moeder in paniek raakte. Dat ze als er iemand bij ons aanbelde, onder de tafel wegkroop en ik de deur moest openen. Dat zou hij toch niet geloven. Het was ook wel een beetje gek, eigenlijk snapte ik dat zelf ook niet. Ze keek dan zo bang dat ik er zelf ook bang van werd.
Meester Bijl boog zich naar me toe. ‘Hier, geef deze brief maar aan je moeder. En nu snel terug naar je klas.’

Mama las de brief en werd zo boos dat ik er spijt van kreeg dat ik hem aan haar gegeven had. Ik kon soms ook zo dom zijn en problemen veroorzaken. ‘Je gaat niet meer naar die school,’ zei ze. ‘Die vuile Farizeeër mag wat mij betreft in de kak zakken!’ Een dotje spuug landde op mijn voorhoofd. Ik hield me stil. ‘Hij is nota bene ouderling in de kerk,’ raasde ze door. Ik durfde niet meer te zeggen wat hij over liegen en de hel had verteld.
De volgende morgen was ze rustiger. ‘Ik heb er nog eens over nagedacht. Ik snap wel dat directeur Bijl je niet gelooft,’ zei ze. ‘Vóórdat een meisje ongesteld wordt, gaan haar borsten groeien. Bij jou is er nog niks te zien, maar daar weet ik wel een oplossing voor. We gaan straks naar de Hema om een mooi behaatje uit te zoeken en die vullen we op met ronde, schuimplastic kussentjes. Je blijft thuis van school en na de herfstvakantie ga je naar de openbare.’

Op mijn nieuwe school was ik het enige meisje in de klas dat een beha droeg. Ik hoopte dat ik hier niet gepest zou worden, maar Hanneke kende een meisje uit mijn oude klas en ze zei tijdens het omkleden voor gym, dat mijn tieten nep waren. Vanaf die dag werd ik Behaatje genoemd. Onze meester zei er iets van, maar Hanneke beweerde dat ze Bea-tje had geroepen. En dat je dat als een lief naampje moest zien. Net als bij Daniëlle die soms Daantje genoemd werd.

Ik check nog even of de wc-deur op slot is. Trek mijn hemd uit en prop mijn beha en de vullingen in de binnenzak van mijn jas. Dan trek in mijn hemd weer aan en kijk in de spiegel. De kanten cups bollen uit zichzelf een beetje, al zitten er wel rare rimpels en deuken in. Ik druk ze van binnenuit rond. Je kan er gelukkig niet doorheen kijken. Ik moet wel oppassen dat ik mijn armen een beetje voor me uit hou en mijn hemd niet strak trek, anders zal ieder meisje zien dat ik nog zo plat ben als een dubbeltje.
Met mijn jas losjes tegen me aan, stap ik de meisjeskleedruimte weer binnen.
‘Waar bleef je nou?’ vraagt Elly. ‘De zuster heeft je al geroepen. Hanneke is nu binnen.’
‘Oké. Niks aan de hand, dus.’ Ik hang mijn jas op en ga voorover zitten, met mijn ellebogen op mijn knieën en mijn armen losjes over elkaar voor mijn borst.
De tussendeur gaat open, Hanneke loopt naar haar plek.
‘Bea Hagendonk,’ roept de zuster. Ik ga naar haar toe. Ze wijst naar me. ‘Je moet je hemd nog uitdoen.’ Het is opeens doodstil. Zonder hen te zien weet ik dat ze allemaal naar me kijken.
‘O, ja,’ zeg ik op luchtige toon. Ik stap langs de zuster in de deuropening. Met mijn rug naar de meiden trek ik snel mijn hemd uit en maak er een prop van.
De dokter wil me een hand geven. ‘Wat heb je daar?’
Ik glimlach. ‘Mijn hemd, ja, stom. Die was ik vergeten uit te doen.’ Ik leg hem op de stoel en ga erop zitten. Het is me gelukt! Ik heb het mama niet lastig gemaakt.

Behaatje © Barbara Joy

Dit verhaalwas winnaar van het eerste kwartaal van 2026.

Lees de beoordeling door Joost Nilissen.