Hier is het feestje! / Gerhard Pijnenburg

Hier is het feestje! / Gerhard Pijnenburg

‘De rode knop is om de deur open te maken, Sanne,’ zei Diederik.
‘Dat weet ik toch, pap. Het hele revalidatiecentrum hing er vol mee.’ Ze bokste met haar rechtervuist tegen de grote, bolle rode knop en rolde zichzelf het flatgebouw binnen.
‘En daar zijn de liften.’
‘Ik ben half verlamd, pap, niet half blind!’ Ze reed naar de liften en drukte op de knop. Al snel zoefde een van de drie liftdeuren open.
‘We wonen op de zesde verdieping.’
‘Dat heb je nou al zes keer gezegd.’ Ze wilde op de knop met het nummer 6 drukken, maar daar kon ze net niet bij.
‘Eh,’ zei haar vader, ‘wacht even, ik doe het wel.’ Hij lachte haar bemoedigend toe. ‘We vinden er wel wat op zodat je er zelf bij kan. Een aanwijsstokje of zo.’
De liftdeuren schoven open en vader ging haar voor in een lange gang met een boel deuren. Hij stopte bij nummer 612 en gaf haar een sleutel.
‘Hier, je eigen sleutel van ons nieuwe huis, liefje.’
Sanne stak de sleutel in het slot van de extra brede deur, duwde die open en ging de drempelloze flat binnen.
‘Welkom in ons…’ begon Diederik.
‘Ik moet heel nodig plassen.’
‘O, ja. Natuurlijk. Kom maar mee.’ Hij ging haar voor door de hal en opende een andere brede deur. ‘Hier is de badkamer met een speciale wc speciaal voor jou!’ Ze rolde nog net niet over zijn tenen snel naar binnen en gooide de deur achter zich dicht. Hij hoorde gerammel van metaal op metaal. Dat was Sanne die de armleuning van de rolstoel liet zakken, wist hij. Daarna gezucht en gesteun. Sanne die zichzelf van de rolstoel op het toilet hees, zoals ze haar hadden geleerd in het revalidatiecentrum.
‘Lukt het?’ vroeg Diederik.
‘Ja-ha! Natuurlijk.’
Ondertussen draaide Diederik zich om en keek naar het appartement zoals Sanne het dadelijk voor de eerste keer zou zien. Vanaf de voordeur waren links de woonkamer en de keuken, met zo veel mogelijk van hun oude meubels. Rechts was de grootste slaapkamer, die was voor Sanne. Niet met haar oude hoogslaper, dat kon natuurlijk niet meer. Daarnaast was de gewone wc, die Sanne niet kon gebruiken, en een deur verder zijn slaapkamer. Een stuk kleiner dan die van Sanne, maar nog net groot genoeg voor een tweepersoonsbed en een paar kasten. Haaks daarop was de deur van de badkamer en de open ingang van de keuken en was de cirkel rond.
De badkamerdeur ging weer open en Sanne rolde er uit. Hij nam haar mee de woonkamer in en liep naar het raam.
‘Kijk eens naar het uitzicht, Sanne. Je kunt van hieruit de halve stad zien, zelfs ons oude huis, zie je?’
Ineens bleef Sanne midden in de kamer staan met een bibberend onderlipje en er rolde een traan over haar wang. ‘Ik mis ons oude huis, pap. En mammaaa…’ huilde ze hard vanuit haar hart.
Diederik haastte zich naar haar toe en omarmde haar. ‘Och meisje toch,’ zei hij en probeerde te verhullen dat hij het zelf ook niet droog kon houden.

Het was een verschrikkelijk halfjaar geweest. Een halfjaar dat Diederik nog iedere dag herbeleefde: Liza was met Sanne naar de stad gereden voor nieuwe zomerkleren. Na drie uur waren ze nog niet terug. Hij had al een appje naar Liza getikt met de vraag waar ze bleven toen de deurbel ging. Een man en een vrouw van de politie. Of ze even binnen konden komen. Dat hij even moest gaan zitten. Dat er een ongeluk was gebeurd. Een vrachtwagen op de Ringweg. Ingereden op de auto van Liza en Sanne. Liza, het speet hen om dit te moeten vertellen, was op slag overleden en Sanne was zwaar gewond. Was er iemand die hij kon bellen voor steun? ‘Liza,’ had hij half verdoofd voorgesteld. Uiteindelijk hadden ze zijn tien jaar oudere broer Maarten gebeld, die de emotionele capaciteit had van een blok beton. Maar hij was wel meteen gekomen en had zo goed en kwaad als hij kon Diederik opgevangen. Diederik die alleen maar zo snel mogelijk naar het ziekenhuis wilde om bij Sanne te zijn. Maarten had het hospitaal gebeld of ze er terechtkonden. Sanne werd nog geopereerd, werd hem verteld, dus het kon nog wel een tijd duren voor Diederik haar kon zien. Maarten had hem toch naar het ziekenhuis gereden waar ze twaalf uur in de wachtkamer hadden gewacht tot ze eindelijk naar Sanne konden. Zij lag heel stil in een veel te groot bed voor een meisje van tien jaar met allerlei slangetjes, kabeltjes, kastjes en monitors. Diederik had maar half meegekregen dat de chirurg langs was gekomen met de boodschap dat Sanne buiten levensgevaar was, maar dat ze wel een dwarslaesie aan het ongeluk had overgehouden. Ze had heel erg bekneld gezeten in het wrak. De dokter zei dat ze hadden gedaan wat ze konden om haar te redden. Maarten had de chirurg bedankt. Diederik wilde alleen maar Sanne in zijn armen nemen. Maar dat kon niet, ze was nog te kwetsbaar. Hij bleef stil aan haar bed zitten, zachtjes haar bewegingsloze hand aanrakend, terwijl Maarten Diederik urenlang van eten en drinken voorzag, wat hij nauwelijks nuttigde.

Sanne had ook niet bij de crematie van Liza kunnen zijn. Misschien maar goed ook. Iedereen was er kapot van. Hun familie, vrienden en collega’s, iedereen was in tranen. Iedereen, behalve Diederik. Zijn tranen waren op. Als een zombie zat hij in de zaal en aanvaardde ieders condoleance stoïcijns. Een kleine maand na het ongeluk ging Sanne rechtstreeks van het ziekenhuis naar het naburige revalidatiecentrum, waar ze de confrontatie aanging met het leven in een rolstoel. Na de zomervakantie volgde ze lessen in de inpandige Mytylschool en stukje bij beetje ging het beter met haar. Intussen moest Diederik ervoor zorgen dat ze na het revalidatiecentrum terug kon komen naar huis. Maar dat zou niet kunnen lukken in hun eigen huis. Een van de woningbouw gehuurd rijtjeshuis met veel te smalle gangen en deuren. En een trap. Hoe moest dat met een trap? Gelukkig had de woningbouwvereniging een goede oplossing. In de wijk waar ze woonden kwam een al volledig aangepast appartement vrij nadat de vorige bewoner was overleden. Dus als ze terugkwam van het revalidatiecentrum, kon ze gewoon weer naar haar eigen school, met haar eigen vriendinnen.

Nu was ze terug. En in tranen. Een half jaar had ze zich sterk gehouden en had ze geleerd om te gaan met de rolstoel en haar nieuwe leven. Maar ze was er niet klaar voor om terug te komen in een huis dat niet het hare was. Een huis zonder mama. Diederik besefte als nooit tevoren dat hij er dubbel moest zijn voor haar. Hij veegde haar tranen weg, hield de zijne krampachtig binnen en pakte in de keuken een glas water. ‘Hier lieverd, het is goed, drink maar op.’
Na een half slokje gaf ze het alweer terug.
‘Kom,’ zei hij, ‘dan laat ik je de flat zien.’ Ze gingen de hal weer in en staken die over naar haar kamer. ‘Hier is jouw slaapkamer, de grootste van het huis. Met uitzicht op de andere helft van de stad.’ Ze ging even achter haar bureautje zitten en keek rond. Daarna reed ze terug naar de hal, sleepte een grote boodschappentas mee naar binnen en keerde die om op haar bed. Tientallen grote en kleine knuffels stuiterden op haar bed of vielen op de grond. Veel ervan waren nieuw en had ze in het ziekenhuis gekregen van haar vriendinnen en familie. Ze pakte er een tussenuit die ze al jaren had. Een pimpelpaars nijlpaard dat Liza en hij al bij haar geboorte aan haar hadden gegeven. Haar onafscheidelijke kameraadje voor de eerste zes jaar van haar leven. En ook weer het afgelopen halfjaar.
‘Nijla,’ zei ze, en nam de knuffel in een houdgreep. De andere knuffelbeesten liet ze liggen terwijl Diederik haar de rest van het appartement liet zien.
Na het eten had hij nog een paar uurtjes gewerkt aan de thuiswerkplek die hij in een hoek van de woonkamer had gecreëerd, terwijl Sanne op haar iPad met haar vriendinnen aan het kletsen was. Het apparaat was een van de eerste dingen die hij haar had gegeven in het revalidatiecentrum zodat ze contact kon blijven houden met haar clubje, dat ook regelmatig op bezoek kwam. Haar opa en oma, de ouders van Liza, want zijn ouders waren al enkele jaren geleden overleden, kwamen ook zoveel mogelijk langs, maar woonden helaas aan de andere kant van het land. Dus voor hen was de iPad ook een uitkomst om contact te houden met Sanne. Toen ze eenmaal naar bed was, tussen de massa knuffels in, met een prominente plek voor Nijla, had hij een voetbalwedstrijd aangezet, maar hij kon zijn aandacht er niet bij houden. Om de paar minuten moest hij even kijken bij de slapende Sanne, om zich er steeds weer van te overtuigen dat ze daadwerkelijk thuis was. Of misschien dan niet thuis, maar in ieder geval bij hem.
De volgende ochtend, ze hoefde nog niet naar school omdat het kerstvakantie was, zaten ze samen aan het ontbijt.
‘Weet je,’ zei hij tegen Sanne, ‘waar ik op gewacht heb tot je thuis zou komen?’
Met volle mond schudde ze van nee.
‘Het opzetten van de kerstboom. Zullen we dat samen doen?’
‘Normaal deed mama dat altijd met mij.’
‘Klopt. En daarom moet jij mij vertellen hoe zij dat altijd deed. Zodat we straks zoveel mogelijk haar boom hebben, oké?’
Ze knikte.
‘Waar zullen we hem neerzetten?’ vroeg Diederik.
Sanne keek om zich heen en wees op de hoek tussen de bank en de deur.
‘Prima plek. Dan haal ik zo de kerstspullen van zolder.’
‘Eh, pap, we hebben geen zolder meer.’
Hij zuchtte. ‘O ja. Stom van me. Ze staan nu beneden in de berging, bij de fietsen.’
Even was ze stil. ‘Heb ik mijn fiets nog?’
Hij knikte.
‘En mama?’
Nu was hij een moment stil. ‘Ja. Die van mama ook nog. Ik kon ze niet weg doen.’
‘Waren we toen maar met de fiets naar de stad gegaan,’ zei Sanne met een klein stemmetje.
De hand van Diederik met een boterham stokte halverwege, net als zijn adem.

Kerstmis vierden ze bij opa en oma in Twente en met oud en nieuw waren die juist naar hun flat gekomen, net als zijn broer, om het vuurwerk te kunnen bekijken vanaf zes hoog. Iedereen had gelachen en iedereen had gehuild bij de eerste feestdagen zonder Liza, maar het samenzijn was goed geweest. De week daarna moest Sanne voor het eerst weer naar haar eigen school. Ze was erg zenuwachtig. Diederik had haar, hoewel ze dat eigenlijk eerst niet wou en daarna toch weer wel, gebracht. Iedereen had haar opgewacht en onder applaus was ze de klas binnen gereden. Hij had het niet droog gehouden en de juf ook niet, die Sanne net zo hard had geknuffeld zoals Sanne dat normaal bij Nijla deed. Diederik was opgelucht dat hij weer een paar uur naar kantoor kon voor de tijd die Sanne op school zat. Zijn baas gaf hem alle ruimte om werk op kantoor en thuis zoveel mogelijk af te wisselen, gelukkig.
Met het ritme van school, werk en de gewenning van hun nieuwe huis begon het leven van Diederik en Sanne in redelijk normaal vaarwater te komen. Tijdens een maaltijd aan het einde van januari vroeg Diederik: ‘zeg Sanne, volgende maand ben jij jarig, wat zou je graag voor je verjaardag willen hebben?’
Ze legde haar vork neer en dacht diep na. Uiteindelijk zei ze: ‘ik zou graag een tuinfeest willen.’
‘Een wat?’ antwoordde hij verbaasd.
‘Een tuinfeest.’
‘Maar lieve schat, we hebben geen tuin meer.’
‘Ja, maar dat zou ik het liefst willen. Mama had ook altijd een tuinfeest met haar verjaardag, dat wil ik ook.’
‘Maar lieverd, mama was in juli jarig. Jij in februari!’
‘Je vroeg me wat ik graag wilde hebben met mijn verjaardag. Nou, dat. Een feest zoals van mama.’
‘Nou, oké dan. Dan gaan we dat regelen,’ zei Diederik en krabde zich achter zijn oor.

De week voor haar voor haar verjaardag, tijdens de carnavalsvakantie, was Sanne bij opa en oma in het oosten van het land. Op haar verjaardag zouden opa en oma haar weer terugbrengen en het zelf ook meevieren, natuurlijk. Dat gaf Diederik de kans om een tuinfeestje te regelen in de tweede helft van februari. Bij een tuincentrum kocht hij, nadat hij zich er van had overtuigd dat je er met een rolstoel overheen kon rijden, een lap kunstgras. Hij haalde hij de kerstboom weer uit de berging en hing die niet vol met kerstballen, maar met dennenappels die hij ook van het tuincentrum had meegenomen. Op internet had hij enkele opblaasbare palmbomen besteld. Geen gebruikelijk artikel in februari, maar bij de goedkope Chinese webshops, waar hij normaal gesproken nooit iets kocht, was er veel mogelijk. Nood breekt wet. Verder kocht hij bij kringloopwinkels bistrotafeltjes en -stoeltjes plus enkel rood-wit geblokte theedoeken die als tafelkleed konden dienen. Verder tikte hij nog enkele appel- en sinaasappelboompjes op de kop, al dan niet nep. Hij wreef zich in de handen. Het feest, het TUIN-feest, kon beginnen!

Op de dag van haar verjaardag kwam Sanne aan bij de flat in de auto van opa en oma. Opa haalde haar rolstoel uit de kofferbak en klapte hem uit zodat Sanne zichzelf kon overhevelen. Ze keek omhoog naar de ramen van de zesde verdieping en zag allemaal slingers voor hun ramen. Huh? Maar waar is nou het tuinfeestje? Waar is de tuin? Ze reden de hal van de flat binnen en precies die vraag werd daar gesteld op een groot plakkaat met een grote plant: “Waar is het (tuin)feestje van Sanne? Volg de klimplant naar de 6e verdieping!”
Met gefronste wenkbrauwen drukte ze met haar aanwijsstokje op de liftknop. Boven in de gang zag ze direct de wijd openstaande deur van hun flat met een ander plakkaat van de blije plant die riep: “Hier is het feestje!” Ze snapte er niks van. In de deuropening hingen lianen alsof ze in een oerwoud was. Ze reed er doorheen en sloeg linksaf naar de woonkamer, waar papa al klaarstond samen met al haar vriendinnen van school. ‘Surprise!’ riep iedereen hard en Sanne keek met open mond de woonkamer in die geen woonkamer meer was. Papa had alle meubels aan de kant geschoven en bedekt met gebloemde lakens en dekens. Over de vloer had hij een grasveld gelegd. Hoe dan? dacht ze. Door de hele kamer, eh tuin, stonden verschillende soorten bomen en boompjes en kleine tafeltjes kriskras verspreid over het grasveld. Alle planten die normaal op de vensterbank stonden, had hij op de grond gezet. En voor het raam en tegen het plafond hingen geen slingers, maar slingerplanten!
Papa kwam met een grote lach op zijn gezicht naar haar toe en knuffelde haar. ‘Gefeliciteerd lieve Sanne met je elfde verjaardag. En, hoe vind je je tuinfeestje?’
‘Ik… ik…,’ stamelde ze.
‘Ze heeft er geen woorden voor, Diederik,’ zei haar oma. ‘Het is geweldig. En Liza zou het ook geweldig hebben gevonden,’ zei ze met tranen in haar ogen. ‘Niemand die meer van een tuinfeest hield dan zij.’
Intussen werd Sanne omringd door haar gillende vriendinnen. Ze hadden allemaal zomerjurkjes aan en hielden vrolijk gekleurde drankjes met parapluutjes in hun handen, waarvan ze er ook één aan Sanne gaven. ‘Je moet dit echt proeven, San. Echt heerlijk!’
Maar voordat ze er een slokje van nam, draaide ze zich naar Diederik toe, trok hem omlaag en omhelsde hem terwijl ze haar glas in haar rechterhand recht probeerde te houden. ‘Dank je wel, pap,’ fluisterde ze in zijn oor. ‘Mooiste tuinfeest ooit!’

Hier is het feestje! © Gerhard Pijnenburg