Joost Nillissen

Ik schrijf al heel lang. Met de opkomst van het internet begon ik mijn korte verhalen – komische schetsen van een Nederlander in Israël waar ik toen woonde – op mijn eigen knullige website te publiceren. Later stuurde ik de verhalen in naar Nederlandse en Belgische literaire tijdschriften. Ik won af en toe een prijs. Na dertig jaar weer terug in Nederland werd ik lid van Woordenstroom en begon ook professioneel te schrijven voor advertentiebladen. In mijn vrije tijd werkte ik aan een roman die ik uiteindelijk in eigen beheer heb uitgegeven bij mijn eigen uitgeverij Terebint. Het boek kreeg goede recensies, maar men klaagde wel over de vele typ- en knip-en-plakfoutjes. Er was geen redacteur overheen gegaan. Grote fout die ik daarna nooit meer heb gemaakt. Er volgden nog twee romans, een verhalenbundel en een boekje in het Engels over de overeenkomsten tussen een 11e eeuwse Spaans Joodse dichter en Bob Dylan. Voor de liefhebber, zal ik maar zeggen.

Behalve mijn eigen boeken gaf ik ook een boek van een ander uit. Achter mijn voordeur van Truusje van Zanten die vertelt over haar ervaringen met huiselijk geweld en hoe ze alle tegenslagen overwon. Truusje is geen schrijver en leverde een tamelijk onoverzichtelijk manuscript aan. Maar het verhaal was goed en met veel redactie door mij hebben we er een succesvol boek van gemaakt. Veel bibliotheken hebben het aangekocht.

Ik heb hierboven al even het belang van een goede redacteur aangestipt. Het liefst een onafhankelijke redacteur, dus geen familie of vrienden, die misschien moeite hebben met kritiek leveren.

Een goed verhaal verzinnen is één ding, maar het goed en spannend of boeiend opschrijven is iets heel anders. Het is een vak. Tenzij je een natuurtalent bent, zul je veel, heel veel moeten schrijven – en lezen – en zo steeds beter worden.

Dat is ook waarom schrijfclubs zo belangrijk zijn. Je leert van elkaar, je krijgt eerlijke kritiek en aanmoediging. Dat beschouw ik als mijn taak binnen deze leuke club. 

Joost Nillissen